AZ verloor gisteren in Breda weer eens volkomen onnodig een uitwedstrijd. Vorig seizoen was dat niet anders. Meer clubs kampen met een ‘uitsyndroom’, zo blijkt als de resultaten van de Eredivisie van vorig seizoen onder de loep worden genomen. Op zoek naar de reden achter het wijdverbreide uitsyndroom liet De Volkskrant vorige week diverse psychologen aan het woord om een verklaring te zoeken voor het feit dat duurbetaalde en goed getrainde voetbalprofs toch zo vaak onderuit gaan in uitwedstrijden. Interessante observaties, die bij uitstek zijn toe te passen op het huidige AZ.
Als AZ in thuiswedstrijden net zo zou spelen als in uitwedstrijden zouden we niet meer dan een middenmoter zijn. Vorig jaar zouden dan 44 punten zijn behaald, goed voor een 10e plaats. Als AZ in uitwedstrijden echter net zo zou spelen als in thuiswedstrijden zouden we ongeslagen kampioen zijn geworden met 86 punten, 10 meer dan ajax, dat vorig jaar met 76 punten kampioen werd. De balans tussen de ijzersterke thuiswedstrijden en de labiele uitwedstrijden leidde vorig jaar tot 65 punten en een 5e plaats. Slechts 22 van deze punten werden buitenshuis behaald. Het Victorie Stadion is het toneel van ruim 66% van de behaalde punten.
Jablonec en Alesund
Europees is het uitsyndroom van AZ nog vele malen erger: maar liefst 74% van de ‘punten’ werd in eigen huis vergaard. In Alkmaar werd wederom niet verloren. Zes van de acht keer werd er zelfs gewonnen. Uit zag de balans er heel anders uit. Alleen bij Anderlecht werd nipt gewonnen, de rest werd gelijkgespeeld (4 keer) of verloren (3). Illustratieve voorbeelden van wanprestaties in uitwedstrijden tegen tegenstanders die in Alkmaar met gemak werden verslagen zijn Jablonec (1-1 uit, 2-0 thuis), Alesund (2-1 uit, 6-0 thuis) en Malmö (0-0 uit, 4-1 thuis). Het zal ook geen toeval zijn dat de enige uitzege in de Arena zich afspeelde in een vriendelijk decor met tienduizenden schreeuwende kinderen die geen enkel oog voor de wedstrijd hadden.
AZ is niet de enige club die thuis veel beter speelt dan uit. 63% van de punten in de Eredivisie werd in 2011-2012 thuis behaald. AZ is dus net wat meer afhankelijk van thuiswedstrijden dan gemiddeld. Topclubs Ajax (53%), Feyenoord (56%) en Twente (52%) halen uit bijna net zoveel punten als thuis. Zeker dat eerste is opvallend, omdat Ajax vrijwel overal door zowel spelers als supporters vijandig wordt ontvangen. Landskampioen thuiswedstrijden PSV verspeelde de échte landstitel buitenshuis, door voor maar liefst 67% van thuiswedstrijden afhankelijk te zijn. De prestaties in uitwedstrijden zijn relatief het zwakst onderin de Eredivisie. VVV haalde slechts 10% van de punten buitenshuis, Excelsior 21%, Groningen 24% en NAC 26%. De enige twee clubs die thuis minder punten haalden dan uit zijn De Graafschap (42%) en Heerenveen (45%).
Introverte spelers
Hoe is het mogelijk dat spelers die elke dag trainen en vaak al honderden wedstrijden achter hun naam hebben staan nog altijd zo opvallend veel slechter presteren in uitwedstrijden dan in thuiswedstrijden? Sportpsychologen zien het uitsyndroom vooral optreden bij middenmoters en laagvliegers, niet bij topclubs. Topclubs hebben meer ervaren en meer extraverte spelers, in tegenstelling tot de voornamelijk uit introverte spelers bestaande subtop, middenmoot en kelder van de competitie.
“Introverte spelers komen langzaam op gang in wedstrijden,” zegt sportpsycholoog Pascal de Wijngaert. ”In uitwedstrijden, waarbij het team meer onder druk komt te staan dan in thuisduels, komt die eigenschap duidelijker naar voren en dat hindert het team. Hoe hoger het niveau, hoe kleiner het verschil tussen uit en thuis. Kijk naar de Champions League. Topspelers zijn automatisch gefocust voor elk duel, ongevoelig voor externe factoren. Ze halen de scherpte uit zichzelf. Als spelers in Nederland niet tegen de top zes spelen gaan ze al snel uit van 3 punten en spelen ze op 90 procent.”
Oliver de Koning, werkzaam op het Johan Cruyff College in Amsterdam, benadrukt dat introverte spelers zich eerst prettig moeten voelen in een omgeving voordat ze goed kunnen acteren. ”Anders grijpen ze terug op hun natuurlijke, bedachtzame houding.” In tegenstelling tot het AZ-elftal dat onder Co Adriaanse vooral in uitwedstrijden vriend en vijand verbaasde, kent het AZ van de laatste jaren nauwelijks extraverte spelers. Een publiekslieveling, iemand die opvalt of iemand die het elftal op sleeptouw neemt ontbreekt eigenlijk sinds het vertrek van Pontus Wernbloom. In de jaren ervoor waren er met Barry van Galen, José Fortes Rodriguez, Henk Timmer en Grétar Steinsson altijd spelers die het elftal in uitwedstrijden op sleeptouw namen én zorgden voor rust en sfeer in de spelersgroep. Het belang van dit type speler heeft AZ in de huidige scouting mogelijk onderschat.
‘Belangrijke rol voor trainer’
Duidelijk bij het AZ van tegenwoordig is dat de ploeg in uitwedstrijden moeilijk tegenslag kan verwerken, zeker als de supporters van de thuisclub er bijvoorbeeld na een gelijkmaker als gisteren nog eens flink achter gaan staan. De Wijngaert: ”Er zijn spelers die vatbaarder zijn voor negatieve reacties vanuit het publiek. Als er vervolgens dingen fout lopen, ontstaat er verwarring, twijfel of angst in het team.” Damen voegt toe: ”Bij thuiswedstrijden hoort een bepaalde routine, zoals een vaste kleedkamer en een vaste plek om af te spreken. Een uitwedstrijd brengt meer onbekende factoren met zich mee. Vooral onervaren spelers kunnen het uitpubliek dan eerder als intimiderend ervaren. Topspelers zijn dat wel ontgroeid.” Een analyse die gemaakt lijkt te zijn voor het huidige AZ, een elftal introverte spelers dat ervaring ontbeert.
Collega Tom Damen ziet ook een belangrijke rol voor de trainer in het klaarstomen van de spelers voor een uitwedstrijd. ”De coach heeft als taak spelers in een toestand waarin ze maximaal presteren naar de wedstrijd te leiden.” Vooral de omgang met introverte spelers is hierbij belangrijk. ”Het heeft geen zin om een driftig mannetje voor de groep te zetten dat boos wordt. Je moet juist rustig met die spelers praten en zorgen dat ze een hartslag van 140 vóór de wedstrijd hebben. Dan zijn ze in ieder geval fysiek startklaar en hoeven ze niet op gang te komen.”







