Bekerwinst, twee keer kwartfinale Europa League en vier keer Europees voetbal. Een technisch directeur die dit in vijf jaar bereikt met een provincieclub zou in veel gevallen op de schouders gaan en herinnerd worden als architect van een succesvolle periode, zeker als er ondertussen ook nog voor tientallen miljoenen winst wordt gemaakt met de aan- en verkoop van spelers. Toch is Earnest Stewart bij AZ nooit genomineerd voor de populariteitsprijs. Ook nu hij maandag zijn vertrek bekend heeft gemaakt, zijn veel supporters eerder opgelucht dan teleurgesteld.
Op zoek naar een verklaring voor de zware kritiek die de Amerikaan zeker de laatste jaren heeft ontvangen, lijkt hij dit maar ten dele aan zichzelf te kunnen wijten. De 101-voudig international had te maken met een onrealistisch hoog verwachtingspatroon, maar maakte vooral bij het aanstellen van trainers en in de communicatie zelf ook dure fouten die hem terecht zijn aangewreven. Een reconstructie van de ruim vijf Alkmaarse jaren van Earnest Stewart, een mediaschuwe td die zijn werk in de schaduw meestal prima deed maar niet kon voorkomen dat hij toch vaak de kop van jut was.
Val van DSB
Stewart kwam in de zomer van 2010 naar AZ op één van de moeilijkst denkbare momenten, vlak na het kampioenschap van 2009 met het faillissement van hoofdsponsor DSB en vertrek van voorzitter Dirk Scheringa enkele maanden daarna. AZ moest opeens fors saneren, terwijl het verwachtingspatroon van veel supporters torenhoog bleef. Na de gouden laatste jaren in De Hout, de opening van het nieuwe stadion en het kampioenschap werd het opeens wat normaler in Alkmaar en veel fans hadden daar moeite mee.
Stewart arriveerde in Alkmaar toen AZ net vijfde was geworden in het roerige DSB-seizoen dat begon met Champions League onder Ronald Koeman en eindigde met het halen van Europees voetbal onder Dick Advocaat. Hij startte in Alkmaar gelijktijdig met Gertjan Verbeek, die in zowel 2011 als 2012 verdienstelijk vierde werd. Stewart haalde ondertussen spelers als Esteban, Jozy Altidore en Nick Viergever, maar ook minder geslaagde aankopen als Ruud Boymans, Etiënne Reijnen en Erik Falkenburg. De eerste categorie werd door de aanhang vanzelfsprekend gevonden, de tweede categorie kwam op het conto van Stewart.
Grootste fout
Serieuze kritiek kwam er in 2012-2013, toen de irritatie over Verbeek groeide en een ongeïnspireerd AZ tiende werd in de competitie maar wél de beker won. Stewart maakte met Verbeek – samen met Toon Gerbrands – mogelijk de grootste en in elk geval duurste fout uit zijn AZ-loopbaan. Verblind door het succes in De Kuip was het rampzalige seizoen vergeten en kreeg Verbeek het voordeel van de twijfel, mede doordat zijn contract begin 2012 nog verlengd was tot de zomer van 2015 (!).
Het nieuwe seizoen was nog niet begonnen of de ergernissen stapelden zich op terwijl het spel en de resultaten dramatisch bleven. Tragikomisch zijn de verhalen over de bemoeizuchtige, rechtlijnige trainer die in het stadion eens een verwarming wilde repareren en daarmee de hele ruimte blank zette. Of na de uitwedstrijd tegen Maccabi Haifa een speler verbood naar de verplichte dopingcontrole te gaan. Verbeek kreeg uiteindelijk alsnog de zak, maar het seizoen was toen al verloren. Hij kreeg bovendien een forse afkoopsom mee van naar verluidt 850.000 euro voor het exceptioneel lange trainerscontract.
Van kwaad tot erger
Als opvolger werd Dick Advocaat in oktober aangesteld om tegen een vergoeding van naar verluidt 600.000 euro het seizoen af te maken. Een succes werd het niet bepaald, want AZ werd slechts achtste en kon ook via de play-offs geen Europees voetbal bereiken. Bovendien joeg Advocaat veel jeugdspelers tegen zich in het harnas door een handvol talenten terug te zetten naar het tweede elftal en in AZ1 consequent de voorkeur te geven aan ervaren spelers, met als enige argument dat die meer ervaring hadden. Het zette onder meer het zowel financieel als sportief dure vertrek van Wesley Hoedt in gang en leidde sowieso tot veel interne spanningen omdat AZ juist in wilde zetten op de jeugdopleiding en talenten (perspectief op) speeltijd had beloofd. Het toch al verloren ’tussenjaar’ werd door velen ook gezien als ideale mogelijkheid om de jeugd een kans te geven. Nu werd onder een dure tussenpaus in korte tijd afgebroken wat jarenlang was opgebouwd.
Stewart hield dat voorjaar bovendien lang in het midden of Advocaat misschien tóch bij zou tekenen, waardoor het leek alsof de trainer de regie had toen die uiteindelijk aangaf aan het einde van het seizoen te vertrekken. Met Marco van Basten als opvolger werd opnieuw een grote naam naar Alkmaar gehaald, maar al snel bleek dat AZ niet veel verder had gekeken dan een videobandje van het EK 1988. Terwijl in Amsterdam, Zeist en Heerenveen verhalen rondgingen over een trainer die tactisch zwak is en ook individueel geen idee heeft wat hij op spelers zou moeten overbrengen, ging in Alkmaar de vlag uit.
Van Basten ongeschikt
Lang duurde de feestvreugde niet, want al in juli zag Van Basten het niet meer zitten na een oefennederlaag tegen Hoffenheim waarvoor AZ in allerijl naar Zwitserland was gevlogen in een historisch chaotische voorbereiding. Assistent-trainers Alex Pastoor en Dennis Haar deden vanaf dag één het meeste werk, zoals Tieme Klompe dat bij Heerenveen had gedaan. Van Basten wilde Klompe ook graag meenemen naar AZ, maar Stewart gaf de voorkeur aan een AZ’er als tweede man. Het was nog niet eens september toen AZ in de uitwedstrijd tegen Willem II al na één helft met 3-0 achter stond en Van Basten in de rust geen idee had wat hij tegen zijn spelers moest zeggen om het tij te keren. Pastoor en Haar probeerden nog wat, maar het maakte niet meer uit voor die avond en ook niet voor de trainerscarrière van Van Basten. Net als eerder bij Ajax gaf hij ruiterlijk toe niet geschikt te zijn voor het vak, maar wat wel knaagde is dat dat hem er kennelijk niet van had weerhouden om een paar maanden eerder de uitstekend betaalde baan toch te accepteren. Dat ook AZ de op z’n zachtst gezegd minder positieve verhalen over Van Basten niet hoorde of wilde horen, is iets wat de clubleiding – en dus ook Stewart – verweten kan worden.
Na het terugtreden van Van Basten barstte de communicatiecrisis rond Alex Pastoor los, met als kern een ambitieuze trainer en een gekwetste technisch directeur die elkaar op dat moment niet begrepen. Stewart zal betere tijden hebben gekend dan vlak na het beschamend vroege terugtreden van iemand in wie hij vertrouwen had, terwijl Pastoor iets te gretig liet weten de positie van hoofdtrainer graag over te nemen. Daarbij liet de Noord-Hollander niet na forse kritiek te leveren op Van Basten op basis van de korte doch hectische samenwerking de maanden ervoor. Dat schoot Stewart in het verkeerde keelgat, ook omdat de club Van Basten om onduidelijke redenen – behalve dan om zijn naam – graag wilde behouden als assistent.
Communicatiechaos rond Pastoor
In een zomer dat Stewart het alleen moest zien te rooien na het vertrek van Toon Gerbrands in het voorjaar en in afwachting van de komst van de nieuwe algemeen directeur Robert Eenhoorn in oktober liep het volledig uit de hand. Pastoor uitte in de media zijn verontwaardiging over het handelen van AZ, terwijl de club Pastoor eerst beschuldigde van het lekken van gevoelige informatie en oncollegiaal gedrag maar dit later weer herriep. Joop Alberda belde namens de Raad van Commissarissen naar Studio Voetbal, de communicatieafdeling stuurde ‘off the record’ mails naar diverse media met verklaringen en een gespannen Stewart schoof tegen wil en dank aan bij Voetbal International in een poging de schade te herstellen, maar zonder veel te (kunnen) zeggen behalve ‘integriteitskwestie’. Het was ook in deze periode dat bij een thuiswedstrijd het spreekkoor ‘Stewart rot op’ van de Ben-Side klonk, iets wat het lijdend voorwerp dusdanig aangreep dat hij er eigenlijk direct mee wilde stoppen.
Het zich wekenlang voortslepende incident rond de trainerswissel bezorgde het doorgaans kalme AZ de nodige reputatieschade én betekende weer een afkoopsom omdat AZ de beschuldigingen tegenover Pastoor niet waar kon maken. Assistent-trainer en club kwamen naar verluidt een afkoopsom van 240.000 euro overeen. Het verhaal eindigde uiteindelijk wel goed door de aanstelling van John van den Brom, die AZ in zijn eerste jaar wisselvallig liet voetballen maar op de laatste speeldag wel Europees voetbal haalde met een – zeker gezien de roerige seizoensstart – heel knappe derde plaats.
Lucratieve transferzomer
Stewart haalde in zijn laatste Alkmaarse zomer vooralsnog goed presterende spelers als Jop van der Linden en Gino Coutinho, die renderen naast eerder aangetrokken steunpilaren als Markus Henriksen en Jeffrey Gouweleeuw. Bovendien werd er fors verdiend met de verkoop van ook door Stewart gekochte spelers als Nemanja Gudelj en Aron Jóhannsson. Daar weegt het aantrekken van minder geslaagde spelers als Jan Wuytens, Denni Avdic en Sergio Rochet in elk geval financieel lang niet tegenop.
Het eindrapport van Stewart lijkt dan ook niet anders dan voldoende te kunnen zijn, al is het dan besmeurd met grote vlekken die in de beeldvorming het zicht op het reguliere werk in die vijfenhalf jaar ontnemen. Over veel beslissingen kan uiteraard gediscussieerd worden. Stewart wees in 2014 een bod van 10 miljoen euro af van FC Porto op Gudelj om hem een jaar later voor ‘slechts’ 6 miljoen aan Ajax te verkopen. Met de middenvelder als drijvende kracht haalde AZ ondertussen wel Europees voetbal, toch ook goed voor inmiddels al ruim 3 miljoen euro. Ook kon AZ sommige transferinkomsten niet direct besteden omdat clubs in termijnen mochten betalen. Zo wacht AZ nog altijd op geld van onder meer PSV, dat Adam Maher in een paar jaar afbetaalt. Het remt de mogelijkheden van AZ op korte termijn, maar zo’n transfer levert uiteindelijk meer geld op dan wanneer was gekozen voor een bieder die direct kan aftikken.
Van luchtkasteel naar vaste grond
Earnest Stewart leidde AZ in vijf jaar vanuit Scheringa’s luchtkasteel veilig naar de aarde terug, zonder de status van subtopper AZ als uitdager van de topclubs te hoeven loslaten. De weg was lastig, maar AZ bleef ondanks enkele grove stuurfouten op koers. Nu de club met ook sinds een jaar een nieuwe algemeen directeur weer kan bouwen aan een volgende fase is het misschien ook goed om dat te doen met een nieuwe, frisse technisch directeur. Stewart leverde onmiskenbaar een belangrijke bijdrage aan de gezonde subtopper die AZ nu is en mag in zijn laatste twee maanden uitkijken naar een opvolger die de club van een nieuwe impuls kan voorzien.







