
‘Ik geloof niet in degradatievoetbal’. AZ-aanvoerder Nick Viergever vroeg het zich afgelopen zondag in Waalwijk vertwijfeld af. ‘Hoe is het toch mogelijk dat we eerst bij Ajax winnen en de bekerfinale halen, om vier dagen later van RKC te verliezen?’
Verslag van een surrealistische week.
DINSDAG, als ergens in de verte het geluid van alarmbelletjes klinkt.
Grommend schuift Gertjan Verbeek aan in de perskamer. In het gesprek dat volgt, wordt duidelijk dat er wat hem betreft een point of no return is bereikt. Voor het eerst betrekt de coach van AZ andere beleidsbepalers erbij. ‘Ook de directie is ontevreden over de voortgang van het team en de ontwikkeling van een aantal spelers’, zegt hij, en het klinkt dreigend. Lang, soms zelfs een tikkeltje gekunsteld, hield Verbeek dit seizoen zijn selectie de hand boven het hoofd. Telkens prees hij de positieve spelopvatting of de hoeveelheid energie die was verstookt. Dat moest allemaal een keer beloond worden, vond hij. Maar na de nederlaag in eigen huis tegen NAC Breda (0-1) zijn er geen zoethoudertjes meer. Verbeek heeft zich geërgerd aan uitlatingen van spelers, die dezelfde fouten blijven maken en verkondigen dat ze zich nog geen zorgen maken. ‘Blijkbaar is het kwartje dus nog niet gevallen’, bitst hij. ‘Want dat bleek toch tegen NAC? Net als een week eerder bij Roda JC kwamen we vroeg op achterstand. Dan heb je er toch niets van begrepen? Ik las de kranten en sprak spelers aan op hun uitspraken. Hallo! Word wakker! Want ik maak me wél zorgen. Komen ze met die clichés dat ze tegen Ajax niets te verliezen hebben… We hebben alles te verliezen. Wat moet ik met dat geneuzel? Rot op!’
Iemand nog koffie?
Eerder had Verbeek met Toon Gerbrands van gedachten gewisseld over de penibele situatie waarin AZ verzeild is geraakt. De directeur algemene zaken spreekt van een ‘ontkenningsfase’ die uitgebannen dient te worden. ‘Een aantal mensen moet zich realiseren dat het oude AZ, dat automatisch vijfde of zesde wordt, niet meer bestaat’, zegt Gerbrands. ‘Je moet dus veel meer doen om aan te haken. Dat is in deze fase het enige signaal van onze kant geweest en dat staat los van de halve finale tegen Ajax. Verlies je die wedstrijd namelijk dan moet je vier dagen later tegen RKC weer vol aan de bak. Als je je maar realiseert dat je aan de bak moet… Na vier of vijf wedstrijden kun je een keer tegenslag hebben. Maar als je 25
wedstrijden op gang bent en je staat drie punten boven de rode streep, is dat de realiteit geworden. Twee keer konden we de sprong naar het linkerrijtje maken: thuis tegen FC Groningen en tegen NAC. Is niet gelukt. Ik maak het niet erger dan het is, want ik ben ook coach geweest en we hebben een ploeg die het kan. Maar vanuit dat realisme moet je de volgende stap zetten. En dat doe je niet door steeds te roepen dat het wel goed gaat komen, want straks heb je nog maar drie wedstrijden te gaan en ben je te laat. Iedereen moet uit die ontkenningsfase komen.’ De terugval van AZ is in een langgerekte zin en een paar komma’s samen te vatten: de afkalvende kwaliteit en routine in de selectie, de zware blessure
van aanvoerder Maarten Martens, zeven rode kaarten die bepalend waren voor het spelverloop en de gebrekkige mentale weerbaarheid. Zonder de doelpunten van Jozy Altidore (zeventien van de 35) blijft er bovendien weinig scorend vermogen over. En enkele maanden geleden klaagde Verbeek al over het gebrek aan leiderschap in zijn selectie, deels ontstaan door het late vertrek van Rasmus Elm en Niklas Moisander.
ln de competitie en Europa League werden dit seizoen achttien duels gespeeld waarin een achterstand ook meteen tot puntenverlies leidde. Daaruit kwamen dertien nederlagen voort; vijf keer dwong AZ met moeite een gelijkspel af. Verbeek: ‘Ik sprak daar laatst met Alex Pastoor (trainer van NEC, red.) over. Het is hem ook een paar keer overkomen, maar hij was daar juist wel bij mee. “Want wij worden dan wakker en zetten een tandje bij’, zei hij. Maar wij schrikken ervan, het verlamt ons. Ploegen als Roda JC en NAC zitten al een tijdje in de gevarenzone. Op een gegeven moment zie je daar een bepaalde verbetenheid ontslaan. Goedschiks of kwaadschiks; wij willen géén play-offs tegen degradatie spelen… Wij konden lang teren op het idee dat we voetballend gezien beter waren dan onze tegenstander. Maar uiteindelijk gaat het in topsport om resultaten. En die hebben wij tot dusver te weinig gehaald. Nu moeten we dus naar onderen kijken, proberen het beste in jezelf naar boven te halen. Dat heb je nodig om uit deze malaise te komen.’ ‘In de laatste acht thuiswedstrijden hebben we maar vijf keer gescoord, waarvan alleen al vier tegen Vitesse. Die cijfers liegen niet. Ploegen komen hier nog steeds met het idee dat AZ de te kloppen ploeg is. Maar wij zijn niet meer zo goed als in het verleden. We hebben veel moeite met tegenstanders die niet willen meedoen, een muur optrekken en gokken op een uitbraak. En als je dan keer op keer met teleurstellingen wordt geconfronteerd, verlies je het vertrouwen. Door die onrust gevoelens raken spelers gestrest, sommigen krijgen zware benen. Voor een trainer is dat het meest ongrijpbare aspect. Een blessure kun je behandelen, maar hier staat geen vaste herstelperiode voor. Het wordt erg beïnvloed door resultaat, door succesbeleving. Je zou het een mentale blessure kunnen noemen.
Vastberadenheid
WOENSDAG, als het halve B-elftal van Ajax afdruipt en in een hoek van De Arena een vak vol AZ-supporters het beton onder hun stampende voeten laat bewegen. Gertjan Verbeek zegt dat het eigenlijk niet kan, met 0-3 winnen bij Ajax. ‘Zeker gezien ons wankele zelfvertrouwen. Het was allesbehalve een wereldpartij, met ook nog eens een geflatteerde uitslag’. Ook Nick Viergever constateert eufemistisch dat het geen beste wedstrijd is geweest. ‘Maar wat had je dan verwacht? Dat we Ajax hier even met sprankelend voetbal ondersteboven spelen?’ Nee, eigenlijk niet. De aanvoerder keerde op het juiste moment terug, na een schorsing van twee wedstrijden. Het verschil was direct merkbaar. Viergever is een van de weinige spelers die, een enkele uitschieter naar beneden daargelaten, vastberadenheid uitstraalt. Hij wil AZ komende zomer met een goed gevoel inruilen voor een topclub en liet zich uitgerekend tegen Ajax van zijn beste kant zien. ‘Ik was de laatste weken teleurgesteld in de groep’, zegt hij. ‘Vanaf de tribune kon ik zien dat er zonder overtuiging werd gespeeld, dat er niet of nauwelijks gecommuniceerd werd. Ook als het spel belabberd is, moet je in elk geval zorgen voor een bepaalde defensieve zekerheid. Je moet je lichaam voor die bal willen gooien als het nodig is. Die beleving ontbrak volledig’.
Samen met Viktor Elm nam hij het voortouw. Dinsdagmorgen nog staken vier sleutelfiguren tijdens de training de koppen bij elkaar: behalve Viergever en Elm ging het om Adam Maher en Markus Henriksen. Na een paar minuten vroeg Verbeek of de heren uitgediscussieerd waren. Hij wilde graag beginnen. Toch zal ook de trainer blij geweest zijn dat er zonder aansporing vanaf de kant eindelijk eens wat meer initiatief werd genomen. Viergever: ‘Ik ben wel een speler die zich helemaal geeft, zodat ik mezelf later niets kan verwijten. Als iemand verzaakt, is het belangrijk dat je elkaar blijft oppeppen. In de wedstrijd tegen Ajax merkte ik op een gegeven moment dat we in aanvallend opzicht gewoon niet aan de bak kwamen. We konden moeilijk druk vooruit zetten, de passing was slordig. Dus op basis van ons spel kregen we dat vertrouwen niet terug. Maar dan nog kwam Ajax er niet doorheen. Vandaar dat ik er steeds op hamerde: Blijf lopen, man
volgen, dekken… Met veel strijd en positieve coaching kun je ook een slechte wedstrijd winnen’.
Recentelijk stelde Verbeek vast dat Viergever eerder dan was voorzien In zijn huidige rol moest zien te groeien, want Moisander vertrok en Martens viel weg. ‘Op het veld durf ik iedereen wel op zijn plek te zetten als het niet loopt’, zegt de 23-jarige verdediger. ‘Maar in de kleedkamer of tijdens een bespreking vind ik dat nog lastig. Ik heb al snel het gevoel dat je iemand kwetst. Die aardige benadering is ook wel kenmerkend voor deze groep. We zijn goede maatjes van elkaar, maar op dit niveau moet je ook kritisch durven zijn. In de aanloop naar de wedstrijd tegen Ajax werd voor het eerst in weken weer scherp getraind. Qua beleving was er dus duidelijk iets weggevloeid. AIs iemand zes ballen achter elkaar inlevert en niemand zegt er iets van, zit het natuurlijk niet goed. Dan zie je dat diegene gemakzuchtig wordt, want hij krijgt toch niet op zijn donder. De boodschap die Viktor en ik de rest wilden meegeven, was: duidelijkheid scheppen, veeleisend zijn, tot het uiterste gaan. Die knop hebben we tegen Ajax als team omgezet.
Timing
DONDERDAG, als de directeur algemene zaken in zijn koffie roert alsof de avond ervoor niets verheffends is gebeurd. Uiterlijk onbewogen zat Toon Gerbrands op het ereterras van De Arena te kijken naar de hossende Jozy Altidore. Hij schiet nooit overeind uit zijn stoel om vuisten te ballen of zijn vrouw te kussen. De vreugde danst alleen door zijn hoofd. ‘Je ziet mij geen polonaise lopen bij Ajax’, zegt hij. ‘Dat vind ik ongepast als je te gast bent. Maar als ik heel eerlijk ben, juichte ik inwendig bij de gedachte dat de timing perfect is. Dit is de periode waarin seizoenkaarten worden verlengd en contractvoorstellen voor sponsors de deur uitgaan. Nou, dan komt het succes op een heel goed moment. Want de mensen waren dit seizoen nog niet zo verwend bij AZ’.
Bron: Yoeri van den Busken, Voetbal International






