Als jongetje geboren in de jaren ’70 nog onbewust van het in de verre toekomst ontwikkelen van telefoons zonder draad, computers en kabel- en digitale televisie, was je om je energie kwijt te raken veroordeeld tot buitenspelen. Voetbal was verreweg het populairste spel voor jongens onderling. Na het poten en het kiezen van de teams, waarna iedere keer vrijwel dezelfde vriendenclubs tegen elkaar speelden, kwam het kiezen wie je vertegenwoordigde. Onder de rook van Alkmaar was een van de teams altijd AZ’67 en “we” speelden altijd tegen ajax, omdat onze tijdelijke vijanden in de wedstrijd om de ultieme eer – de baas zijn van het veldje of pleintje in de buurt – vreemd genoeg hun lokale ploeg niet supporterden.
Misschien komt het door deze rivaliteit op jonge leeftijd, want jongens moeten ten koste van alles winnen. Misschien was het de snelle teloorgang van AZ na het failliet van Wastora. Of toch gewoon de eeuwige arrogantie van de aanhangers van de club die toen nog wel in Amsterdam speelde. Feit is dat een fiks aantal AZ-supporters leeft met een diep gewortelde aversie tegen alles wat ajax is en wat daar voor staat. Op de Molenaartribune klonken soms nog wel wat voorzichtige anti-Amsterdamse liedjes, maar dit waren holle frasen geworden. Wij speelden immers tijdenlang een divisie lager.
In een geleidelijk tempo was ene Dirk Scheringa echter bezig een nieuw en weer groot AZ te bouwen. Hij haalde enkele oudere soms uitgerangeerde spelers en vulde dit aan met eigen kweek en nieuwe talentvolle spelers. Piet Keur kopte alles door naar niemandsland, Gilhaus liep aan het eind van een wedstrijd op zijn laatste te korte beentjes, lichtgewicht Hans Visser werd nog eens met zijn handjes in de mouwen onder het gras geschopt. Het ging met vallen en opstaan. Grote overwinningen tegen de Eagles werden afgewisseld met magere resultaten tegen Veendam en SVV. Maar het elftal kreeg vorm.
Na wat mislukte nacompetities mochten we het eindelijk weer in de Eredivisie proberen. Er is nog nooit een ploeg geweest die zo vaak op de paal en lat heeft geschoten als AZ in dat seizoen. Verder verloor er nog nooit een ploeg zo vaak met een doelpunt verschil. En dan had je ook nog Volendam en PEC die de laatste wedstrijd een dealtje sloten.
Maar in 1998 waren we er weer. En we deden mee… onderin het linkerrijtje. Coach Gerard van der Lem – met een verleden bij de gehate club uit dezelfde provincie nam het stokje over bij AZ – en eindigde 7e. AZ had inmiddels spelers als Timmer, Boussatta, Kromkamp en een talent van Feyenoord, dat zich bij Cambuur ontwikkelde en de Nederlandse spits van de toekomst leek te worden. Met zijn dreads een niet te missen verschijning: Robin Nelisse.
In het begin van het seizoen 2000 waren de verwachtingen hoog gespannen. We traden aan tegen onze zuiderburen. De Hout was bijna uitverkocht, maar dat kwam ook, omdat diverse jongens van de tegenpartij op de pleintjes van vroeger ook een kaartje hadden gekocht. Her en der op de tribunes werden ze er aan herinnerd dat ze wel te gast waren in ons stadion.
De zuiderburen begonnen sterk. Objectieve kijkers zouden zelfs zeggen dat ze beter waren. AZ kwam voor, maar ongeveer 10 minuten voor de rust werd het gelijk. Wankelend leken we de gelijke stand tot de rust te kunnen vasthouden. Totdat Robin Nelisse de bal kreeg. Zijn dreads wapperden achter hem aan, terwijl hij een fraaie dribbel inzette. Hij kreeg best veel ruimte en die besloot hij te benutten. Hij joeg de bal met een verwoestend schot in de kruising. Het stadion explodeerde. Omdat het een prachtig doelpunt was, maar ook omdat Nelisse met dat ene schot jaren van frustratie er uit joeg. Alle fans voelden dat met dit schot AZ weer definitief meedeed en dat we dit niet meer uit handen gingen geven.
Dat gebeurde nog bijna wel en het seizoen werd niet wat we er toen van verwachtten. Bovendien volgden nog magere jaren onder Van Stee.
Robin Nelisse maakte zijn reputatie als toptalent nooit helemaal waar. AZ loste zijn belofte van die middag een paar jaar later wel in. Onder de bezielende leiding van de coach van de tegenpartij van die middag trouwens.