AZ nieuws in je mailbox

Altijd als eerste op de hoogte zijn van het laatste AZ-nieuws? Abonneer je dan op de AZFanpage!

Voeg je bij 13.482 andere abonnees

Nu op het forum

Reeds in de tiende eeuw werd er op een afleverlijst de naam “Ascmannedift” teruggevonden. De vertaling naar het huidige Assendelft is snel gemaakt. Ook werd er bij afgravingen in de Jagersplas te Zaandam delen van walvisachtigen gevonden; een bewijs dat er reeds vele tienduizenden jaren leven in de Zaanstreek te vinden was.

De zee werd toen niet door duinen en dijken tegengehouden en wist zijn weg tot in de Zaanstreek te vinden. Later kwamen er strandwallen en ontstond langzaam maar zeker het veengebied wat de Zaanstreek nu is. Voor het begin van onze jaartelling bleken er al mensen in ons gebied te wonen. Nabij het huidige Assendelft werd in 1975 een boerderij opgegraven uit de zesde eeuw voor Christus en ook werd toen de conclusie getroffen dat onze verre voorvaderen reeds als handelaren te boek stonden. Verdere opgravingen brachten aan het licht dat rond het begin van de jaartelling er reeds enige honderden mensen in ons gebied moeten hebben geleefd. Dichtbij De Ham in Krommenie werd zelfs een voorpost van een Romeinse vesting gevonden. Doordat het water steeg duurde het vele eeuwen voordat nieuwe bewoners de Zaanstreek weer een bewoonbare plaats vonden.

Rond de tiende eeuw was de Zaanstreek echter weer bewoond en was het gebied enigszins tegen het water beschermd door dijken en dammen. Bekend is uit die tijd onder meer de hoeve “Zaanden”, die nabij het IJ lag. Langzaam maar zeker kwamen er meer dorpjes zoals Westzaan, Oostzaan, Wormer, Jisp en Krommenie. Nadat de dijken waren versterkt ontstond ook Wormerveer, Koog en Zaandijk. Druk bevolkt was het gebied echter nog niet. Zo bevolkten begin zestiende eeuw ongeveer zevenduizend mensen het gebied, maar langzaam maar zeker breidden de bevolking zich uit. Het gevolg was dat er steeds meer behoefte aan voedsel ontstond en en omstreeks 1440 konden de eerste molens worden begroet om het meel en graan klaar te maken om als grondstof voor voedsel te dienen.

Ook zochten de Zaankanter veelvuldig werk buiten de eigen regio. Veelal werd dit werk gevonden op zee als matroos of visser op de haringvangst. Begin zestiende eeuw begon er echter meer “nijverheid” in het gebied te komen, zoals katoenblekerijen en stijfselmakerijen. Ook zeildoekweverijen en beschuitbakkerijen werden steeds groter in omvang. 1596 was een belangrijk jaar in de geschiedenis van de Zaanstreek want toen begon de hout-industrie toen Cornelis Corneliszoon een molen kocht en daar een door hem uitgevonden zaag, die op- en neer zaagde, plaatste. Dit ene molentje was het begin van 367 zaagmolens in de Zaanstreek en er ontstond een bloeiende houthandel. Van het een kwam het ander en het gevolg van dit vele hout was dat ook de scheepsbouw zich binnen de Zaanstreek begon te ontwikkelen. Rond 1650 werden er jaarlijks ruim 75 schepen per jaar gebouwd en tot nabij Spitsbergen op de walvisvaart werden “Zaanse” schepen aangetroffen. Zelfs Czaar Peter de Grote kwam uit het verre Rusland om in Zaandam te leren hoe je een schip in elkaar moest zetten. Tot de dag van vandaag is een bezoekje aan het zgn. “Czaar Peterhuisje” vaste prik van Russen die de Zaanstreek bezoeken. Ook het aantal molens groeiden gestaag door en er is een tijd geweest dat er meer dan duizend molens in de Zaanstreek te vinden waren.

Door de snelle groei van al die nijverheid werd de Zaanstreek het eerste echte industriegebied ter wereld. Dat was deels aan de nabijheid van Amsterdam, toen al een redelijk grote en belangrijke stad, te danken, maar ook het koopmansschap en de handelsgeest in combinatie met hard werken van de Zaankanter zelf was hier schuldig aan. De bevolking groeide en er onstonden zaken als een eigen dialect, klederdracht en gewoonten die als “typisch Zaans” aangemerkt konden worden. Door invloeden van buiten de Zaanstreek, zoals de oorlogen met Engeland en scherpere concurrentie ging na 1730 de economische bloei wat achteruit. Onder invloed van de Franse bezetting (1795-1813) ging de walvisvaart, scheepsbouw en handelsvaart grotendeels verloren. Werkers waren de Zaankanters nog steeds en omstreeks 1840 konden de eerste stoommachines in ons gebied bewonderd worden en wederom werd de Zaanstreek een groot industriegebied met weverijen, broodbakkerijen en rijstpellerijen.

De bevolking nam ook weer in aantal toe tot 48.000 inwoners rond 1900. De industrie zorgde ook voor grote fabrieken waar vele arbeiders zich dag in dag uit vele uren per dag voor hun bedrijf inzetten. De arbeiders wilden meer macht en er kwamen stakingen die zorgden dat er nu anno 2000 nog wordt gesproken over “de rooien uit de Zaanstreek”. In 1914 werd de eerste Nederlanse socialistische burgemeester een feit en het was Zaandam die met burgemeester K. ter Laan met deze “eretitel” ging strijken. Langzaam maar heel zeker werd de Zaanstreek zoals het nu is: een industrieel gebied waar bedrijven als Albert Heijn, Bruijnzeel en Verkade hun fabrieken hebben en waar een groot deel van de bevolking nog steeds in de industrie werkzaam is. Rond 1975 gingen de Gemeenten Zaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, Westzaan en Assendelft op in een grote gemeente Zaanstad, nu de 14e stad van Nederland. Vele woonwijken zijn er de afgelopen jaren gebouwd en ook recreatiegebieden zorgen voor een gebied dat niet alleen voor werk en inkomen zorgt, maar waar het over het algemeen redelijk leven is, hoewel je af en toe toch nog steeds je neus dicht moet houden voor de cacao-luchtjes.